De 11 geboden voor een beginnend fietser

1/ Koop een koersfiets en liefst eentje met de juiste framemaat.
Begin bij het begin. Koop jezelf een fiets in de goede maat. Wel, dat was lachen. Na drie weken tweedehands.be afgezocht te hebben naar een fietsje dat én betaalbaar was, én goede kwaliteitsversnellingen had, én een goed frame met de juiste maat, deed ik een bod op een zoekertje. Hoe ik de juiste framemaat wist? Meten is weten. Daarenboven ben ik even groot als de man in huis (voor 's mans zelfbeeld  : die extra centimeter waarvan jij beweert hem te hebben, zet ik hier nog eventjes in de verf). In de praktijk zijn we dus even groot, ik had al een paar keer op zijn fietsje gereden en voelde dat die goed zat. Ik dus op weg naar de fiets waarop ik een bod deed om een testritje te doen. Ik voelde dat die best groot was, het stuur te ver en te diep, maar niks dat een bikefitting-sessie niet kan oplossen. DACHT IK. De man keek bedenkelijk naar de fiets toen ik er, blij als 'n kind, mee thuis kwam. Hmmmmm, dat lijkt precies een te grote fiets. Wat bleek : het frame is voor mensen 10 centimeter groter dan ik. De man van wie ik hem kocht, zag er nochtans echt betrouwbaar uit en ik heb mezelf overtuigd dat die kerel dat ook niet geweten zal hebben, toch? Laat me maar wat naïef zijn.

2/ Doe aan bikefitting.
Goed, je hebt een koersfiets die te groot is. Wat doen? Terugbrengen, zeggen mijn vriendinnen. Dat durf ik niet, zeg ik. Een afspraak maken voor een bikefitting dus. Dat was uiteraard ook het plan als ik een fiets had gekocht met de juiste framemaat, maar nu was het zeker nodig. Ik wandelde vol schroom binnen in zijn centrum. De man was van opleiding kinesist en had van zijn hobby wielrennen zijn beroep gemaakt. Hij past fietsen aan op maat en begeleidt mensen met trainingsschema's voor het wielrennen. Ondertussen was een jonge gast een trainingssessie aan het afwerken. Het zag er superprofessioneel uit en ik voelde me echt een beetje onnozel toen ik er binnenstapte met mijn fiets van twee maten te groot. Ik werd er helemaal opgemeten en moest fietsen, waarbij ondertussen kleine cameraatjes mijn bewegingen in beeld brachten. Aan de hand van deze beelden kon de bikefitmeneer mijn fiets afstemmen. Hij heeft er echt uitgehaald wat hij kon om de fiets alsnog zo goed als mogelijk te doen passen voor mij : de kortst mogelijke stuurpen, zadel zo veel mogelijk naar voren, remmen verplaatst. Meer kon hij echt niet doen. De fiets is op zich oké, maar ik voel dat hij ietsiepietsie te groot blijft, ik zou iets comfortabeler zitten als hij kleiner zou zijn. Moeilijk uit te leggen. Wat deed de bikefitmeneer nog meer : hij stelde mijn schoenplaatjes juist in (kanteling voeten), deed een drukpuntmeting en ging op zoek naar het juiste zadel. Het aanbod vrouwenzadels is niet gigantisch uitgebreid, maar vond er toch eentje dat al bij al oké is. Hij stelde de kanteling van het zadel ook juist in. Zeker aan te raden om te laten doen voor je begint te fietsen. 

3/ Zorg voor een degelijke fietsbroek en draag er geen onderbroek in.
Ja, je leest het goed. Los de fietsbroek in, bloot. In het begin een gek idee. Wat als je valt? Als je echt goed valt, dan is hoogstwaarschijnlijk je onderbroek ook kapot. De pijnlijkste affaire aan fietsen is euhm ja, daar vanonder dus. Ik heb het niet over de zitbotjes, maar over schuurpijn aan de voorpoep. Wat een omschrijving, maar het is tenminste duidelijk welke zone ik bedoel. Ondanks een drukpuntmeting, een aangepast vrouwenzadel en een kwaliteitsbroek heb ik er nog steeds last, weliswaar pas na enkele tientallen kilometers.

4/ Draag geen fluo-kledij.
Als beginneling ben je verbaasd over de snelheid waarmee je over de asfalt bolt. Je denkt: dat gaat snel. Ik moet wel echt opvallen in het verkeer, dus laat me mezelf snel wat tooien in fluo-kledij. En dan ga je de baan op, in dat heerlijke fluo en begint het je te dagen : wielertoeristen dragen géén fluo. Ze geloven blijkbaar in hun kunnen, in hun opvallendheid, want van zichtbaar de baan op liggen ze dus niet wakker. Ze dragen truitjes met reclame op in alle kleuren van de regenboog (ja, ook roze voor de mannen), maar géén fluo, hoogstens een fluogeel boordje aan een sok of fluo overschoenen.

5/ Draag handschoentjes.
Wielrenners dragen zo'n komieke handschoentjes. Om de schokken op te vangen, dacht ik, van het denderen over kasseitjes bijvoorbeeld. "Duidelijk nog nooit gevallen," zei iemand toen ik vroeg waarvoor die eigenlijk dienden. Het blijkt dus in de eerste plaats te zijn om ervoor te zorgen dat je handen niet ontveld zijn bij valpartijen. Ik heb heel veel ritjes gedaan zonder die handschoentjes, maar er mij dan toch maar een paar aangeschaft.

6/ Oefen met je klikpedalen.
Die klikpedalen, daar had ik ook al zo'n schrikbeeld van. Eens je doorhebt wat je juist moet doen, is het vooral een kwestie van je bewust te zijn van het feit dat je vastzit en leren reflexmatig uitklikken. Thuis eens oefenen naast een muurtje, zodat je niet meteen omvalt, kan je al goed 'op weg helpen'.

7/ Rem niet als er een bocht nadert en durf in het wiel te hangen van de fietser voor je.
Allé ja, ik denk dat een beetje remmen wel mag, maar meteen verkrampt alles dichtgooien, zoals ik vaak deed / nog steeds te veel doe, als er een bocht in zicht komt, is geen goed idee. Overbodig en energie verspillen. Blijkbaar een veel gemaakte beginnersfout. Je moet je gewoon durven laten bollen en liefst nog eens dichtbij de fietser voor je, zodat je lekker lui kan profiteren van het feit dat hij de wind vangt en niet jij.

8/ Heb je naasten lief.
Vijf kilometer lopen, tien kilometer .. daar ben je maximaal anderhalf uur voor weg van huis, napraten met de running ladies inbegrepen. Dat fietsen ... dat is een ander verhaal. Heel tijdsintensief. Je bent snel twee uur weg voor een ritje. Anders is het bijna de moeite niet. Die mannen die de zondagvoormiddag in groep rijden, ik vermoed dat die ongeveer 4 uur op de fiets zitten. Dan kun je maar beter heel lief zijn voor je naasten en zorgen dat ze dit blijven accepteren. Ik kan me voorstellen dat zo'n tijdsintensieve hobby niet altijd combineerbaar is met een gezin.

9/ Zorg voor een ezeltje dat geld kakt.
Ik vergelijk het steevast met lopen, maar dat is de enige sport die ik tot nu toe een beetje amateuristisch beoefende. Lopen dus : een paar kwaliteitsvolle loopschoenen, een broekje van een niet nader genoemde gigantische sportwinkel, een jasje dat wat wind en regen tegenhoudt en je bent vertrekkensklaar. Uiteraard kun je hier ook helemaal zot gaan in allerlei extra's en accessoires, maar je hebt snel een basis bijeen. Bij het fietsen ligt dat anders: denk koersfiets, denk kwaliteitsbroek, denk schoenen voor klikpedalen, denk extra kledij, denk fietshelm, denk zadel naar jouw maat, denk bikefitting, ... denk veel geld dus. Het is best een investering. Een aantal van de hierboven opgenoemde zaken kun je echter elegant omzeilen: ik kocht bijvoorbeeld tweedehands een koersfietsje; kreeg er een stel schoenen met plaatjes bij (in mijn maat - in tegenstelling tot de fiets, ik zal hem zelf binnenkoppen, de mop - ), had al een helm en ging eens een kijkje nemen in de kringloopwinkel tussen het sportgerief. Hingen daar nu toch wel fietsshirtjes in mijn maat zeker. Vast en zeker mannenmodellen, maar daar lig ik niet wakker van. Voor 2 euro scoorde ik een fietsshirtje en voor de volle 3 euro een fietsshirtje met lange mouwen. Ik blij dat ik officieel in Fred Rompelbergs team zit. Haha.

10/ Let op!
De lijst waarvoor je moet opletten is eindeloos. Hier de belangrijkste : "beesterie". Dat is een prachtwoord dat alle mogelijke vormen van dieren aanduidt die je pad kruisen. Vliegend in je mond, achter je bril, in je oren als je écht pech hebt. Kruipend in je kleren. Waggelend over het jaagpad (eenden dus). Vertrouw loslopende honden nooit. Vertrouw honden aan een leiband ook nooit. Loslopend wild dat voor je wiel opduikt (denk konijnen). Ik durf mensen ook in dat vakje te stoppen: eenzame fietsers die van huizenjacht doen, hordes 65-plussers (type okra) op uitstap, scholieren, jongelui gsm-end op de fiets: allen wijken ze af van het pad dat je denkt dat ze zullen volgen. Wandelaars, voetgangers, ... Je denkt ze te kennen, maar ze blijven verrassen. Opritten van huizen. Uitritten aan winkels. Auto's in het algemeen en zeker van hun kwaad kijkende chauffeurs. Let ervoor op: ze zijn nog bozer dan je denkt, gewoon, omdat je daar fietst en hen een seconde belemmert in hun jachtig leven. Mensen die hun portier openzwieren van hun net geparkeerde auto. Fietspaden en hun obstakels: boomwortels, putten, huizen die het fietspad onderbreken, openbare werken (ik snap echt maar al te goed waarom op de rijbaan fietsen zoveeeeel leuker is én veiliger) en op het fietspad geparkeerde auto's met de pinkers op. Kijk uit je doppen.

11/ Geniet!
Helemaal overtuigd om aan het koersen te gaan? Dat moet wel, na mijn uiteenzetting in puntje 10. Misschien even zeggen wat ik zo leuk vind aan fietsen: het gaat vooruit. Ik geraak mijn dorp uit. Tochtjes uitstippelen en fietsen maar. Al veel mooie plekjes gezien en al veel gedacht: niet alleen de Westhoek is schoon! Het is niet belastend aan de knietjes. In tegenstelling tot joggen heb ik nadien nergens last van. Ok, na 80 kilometer in de benen voel ik natuurlijk mijn benen, maar ik ben in staat om 's namiddags nog een wandeling aan het mooie Donkmeer in Berlare te maken met mijn Leuven-vriendinnetjes (prachtige plek, trouwens, dat Donkmeer!). Had mij na de Urban Trail in Mechelen gevraagd om nog te gaan wandelen aan het Donkmeer, ik had vriendelijk bedankt. Het lijstje met pro's lijkt zoveel korter dan dat gevarenlijstje, maar ik kan alleen maar zeggen: probeer het eens en geniet, van het sjezen langs het water, van het zonnetje op je snoet en de muggen in je mond !

Reacties

Populaire posts van deze blog

Lymfestrengen: eufemisme voor lymfekrengen

Controle