Eerste chemo

Schaapachtig. Ik gok dat de oncologisch hoofdverpleegkundige mijn blik tijdens haar uitleg als 'schaapachtig' zou benoemen. We werden, een week voor het aanvatten van de chemo, ingewijd in de werking van het oncologisch dagcentrum en het praktische verloop van de chemosessies. Een stapel infobrochures lagen voor onze neus. Ze overliep zowat elke mogelijke nevenwerking die de chemo kan hebben (en geloof me, het zijn er veel!) en welke lapmiddeltjes kunnen helpen om die te minimaliseren. Het leek op dat moment nog zo-ver-van-mijn-bed dat ik haar aanstaarde bij al die info. Heel wat mogelijke nevenwerkingen, slechts één zeker door epirubicine: haarverlies. A lucky few heeft amper last van de chemo. Aan het andere uiteinde zitten de patiënten die zo goed als elke bijwerking ervaren. De grote hoop zit daartussen. We stapten buiten met een reeks voorschriften voor medicatie tegen misselijkheid om thuis in te nemen indien de premedicatie onvoldoende zou helpen. Ze maande me aan die zeker al in huis te halen vooraleer de chemo begint. Beter voorkomen dan genezen, is duidelijk het motto.

De eerste chemosessie laat zich kort samenvatten als volgt : premedicatie innemen om misselijkheid te voorkomen, bloed prikken, vocht toedienen, eerste chemo (cyclofosfamide), spoelen, tweede chemo (epirubicine) en tenslotte nog spoelen. Op een goeie drie uur geklonken. Ik krijg nog extra voorschriften en een spuit Neulasta (boost voor de witte bloedcellen) mee voor de dag nadien. De poortkatheter is een gemak: slechts één prik die ik amper voel. De epirubicine blijkt een oranje cocktail, geserveerd met een bekertje ijsblokjes. Om de kans op mondinfecties en aften te verkleinen door de chemo, moet ik mijn mond afkoelen door de ijsblokjes op te zuigen, een uur lang. Aangenaam is anders, maar wat moet, moet. Die epirubicine blijkt nog een snoodaard te zijn op een ander vlak: hij tast de pompfunctie van het hart aan. Hoe ik dat kan voorkomen, vraag ik aan de dokter. Antwoord: niet. Meestal herstelt zich dat na afloop, maar niet bij iedereen. 

Om de tijd van het insijpelen van het chemisch spul in mijn lichaam te doden, stap ik wat rond, vergezeld van de infuushouder en haal ik een theetje voor de man terwijl hij mijn laatste blogjes naleest. De deuren van de kamertjes staan meestal open en het lukt me niet om mijn blik op de gang gericht te houden. Ik gluur stiekem toch binnen en zie een gevarieerd publiek passeren. De patiënte tegenover mij heeft babelutten gegeten (noot voor niet-west-vlamingen : onophoudelijk blijven babbelen) en vertelt haar hele levensverhaal aan de sociaal assistente; trotse bejaarde dames met pruik op, zittend in de zetel; maar ook mensen doodstil in bed terwijl de chemo zich langzaam een weg baant in dat magere lichaam, de rolstoel naast hun bed en patiënten met een doffe, vermoeide blik schuifelend door de gang. Zelfs terwijl de chemo loopt, lijk ik niet te vatten dat dit op mij afkomt. Ik maak mezelf sterk dat ik tot de 1% ga behoren die nergens last van heeft. Het lot zal mij deze keer gunstig gezind zijn, ik voel het! Nog beter: ik voel momenteel helemaal niks! Met die instelling vertrekken we na een drietal uur. We halen de kindjes op die bij de nichtjes op playdate zijn. We gaan zelfs nog even mee naar de speeltuin, de zon op onze snoetjes.

Was me dat even een voorbeeldje van te vroeg juichen. Combinatie van de warme auto, vlug wagenziek worden en chemo zorgt dat ik heel erg misselijk thuiskom en na 5 minuten al boven de emmer hang. De brochures die ik meekreeg, het rooster met thuismedicatie tegen misselijkheid, de voorschriften … je raadt het al. Ik had ze allemaal weggeborgen en niet meer gelezen. Alsof het negeren van alle info, de nevenwerkingen zou voorkomen. Struisvogeltactiek. Ik scharrel vlug het medicatierooster en de voorschriften bijeen en stuur de man voor een spoedbestelling naar de apotheek. Les 1: wees niet slimmer dan het medisch personeel. Les 2: rijd na de chemo direct huiswaarts, zeker als je snel wagenziek wordt.

Na een vrij goede nacht voel ik me vandaag al een ander mens, al blijft de maag wankel. Ik neem 's morgens netjes mijn medicatie om de misselijkheid te onderdrukken in, al vind ik dat 'beter voorkomen dan genezen-principe' vervelend. Ik ben echt geen pillenslikker en medicatie nemen voor iets dat er nu nog niet is, ligt me niet. Ik hou mijn hart vast: van de ene verpleegkundige kreeg ik te horen dat je bij thuiskomst al effect kunt hebben van die 'pittige' epirubicine, van iemand anders verneem ik dat het pas écht begint vanaf dag 3. Als gisteravond een voorsmaakje was, dan is het bang afwachten wat nog komt vanaf de derde dag. Al wil ik vooral geloven dat het gewoon een valse start was en dat ik alsnog behoor tot dat selecte clubje van lucky few.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Had je iets gevoeld?

Wat kanker me leerde ...

Frequently Asked Questions - part II